twaalf herinnerde landschappen (1996-2009)
Barcelona ,
Ameland, Abaye de Fontenay, St. Job in ’t Goor, Gouville,
Terezín, Budapest, Esch-sur-Sure, Gorges du Tarn,
Kesikköprü, Assisi, Auschwitz
Assisi
“Zie hoe ze net is teruggekomen van een reis, hoe ze nieuwe
flesjes toevoegt aan de al bestaande reeks, en plotseling
opmerkt dat, zonder het indigo van de zee, de schittering
van dat vergruizelde schelpenstrand verloren is gegaan; dat
er niets van de vochtige warmte van de wadi is
achtergebleven in het hardgeworden zand; dat, ver van
Mexico, het met lava vermengde zand van de vulkaan de
Paricutin een zwart stof, dat uit de rookvang van een
schoorsteen geveegd lijkt te zijn. Ze probeert zich weer de
gewaarwordingen op dat strand, die boslucht, die droge
hitte te herinneren, maar het is als het schudden van dat
beetje zand op de bodem van de karaf die van een etiket is
voorzien.
Terwijl ik aldus bezig ben het dagboek van de droefgeestige
(of gelukkige) zandverzamelaarster te ontcijferen, ben ik
op het punt gekomen dat ik me afvraag, wat is er geschreven
in dat zand van geschreven woorden die ik in mijn leven op
een rij heb gezet, dat zand dat me nu zo ver lijkt af te
staan van de stranden en woestijnen van het leven.
Misschien, als we het zand bekijken als zand, en de woorden
als woorden, zullen we bij benadering kunnen begrijpen hoe
en in welke mate ze de verzamelde en geërodeerde wereld nog
tot basis en model kunnen dienen.”
uit:
Italo Calvino, een zandverzameling (Collezione di sabbia),
vertaling: Irene Beckers; verschenen in: De Tweede Ronde,
Uitgeverij Bert Bakker, Amsterdam 1987
Retouches
Waterland


een van de
werken van Margot de Jager
Een
samenwerkingsproject met beeldend kunstenaar Margot de
Jager (www.margotdejager.nl) en
historisch geograaf Marinus Kooiman (www.beekenkooiman.nl).
Ik fotografeer in dit bijzondere gebied in Noord-Holland.
Margot de Jager schildert verbeelde onbepaalde
landschappen, of liever gezegd: verbeeldingen van het
landschap. Ook al ligt haar inspiratie in het landschap,
door er een eigen kijk aan te geven kan Waterland zich ook
bevinden in de uitgebreide stille toendra's, in de Sahara
of in de lege landschappen van Amerika. Marinus Kooiman
houdt zich bezig met de organisatie van het project naar
een publieke vorm en ondersteunt met adviezen.
Journaal/Journal
(2003-2005)
In 2003 maakte ik een reis met een vrachtschip, van
Antwerpen naar Bélem in het noorden van Brazilië.
De reis werd gemaakt in opdracht van de SBK in Amsterdam in
samenwerking met het Scheepvaartmuseum en resulteerde in
een expositie in 2004, samen met Henk Wildschutr die een
vergelijkbare reis maakte van Amsterdam naar New York.
Het gehele project is gepubliceerd in het boek Journaal,
waarvan ook een Engelse editie bestaat: Journal, in de
voortreffelijke vertaling van Klaas Levelt en Simone
Veenstra.
Het boek, vormgegeven door Wigger Bierma, werd uitgegeven
in 2005, in samenwerking met Uitgeverij De Verbeelding in
Amsterdam. Het boek bestaat uit twee delen: een geschreven
journaal, waarin de reis van dag tot dag beschreven wordt,
zowel als persoonlijke ervaring en sociale gebeurtenis,
alsook wat betreft de ontwikkeling van dit fotografisch
project. Het tweede deel beslaat uiteraard de fotografie.
De tekst van het journaal wordt in het boek halverwege
onderbroken met een van de fotografische deelprojecten: de
schoenen.
I
noticed them standing by the work cabinets right at the
start of the journey, covered in scratches, scores and
stains. It’s a nice little job to find a good spot near the
boots and create a daylight studio there. In the short
corridor near the left side door I went outside, opened the
door, let the daylight in, built a small platform and
created a background décor there: a tarpaulin covered in
kaolin traces. Later I moved onto the deck, underneath the
shelter. First I made a series of small Polaroids, twenty
plus, in which underexposed photos play an interesting role
too, in conjunction with the changing light or my changing
locations, providing the series with varying hues. I also
utilized the coffee break, when the men took their boots
off before going inside. I call this series
Seawalking. It's an ode to
the work boot that must always keep moving ahead. I was
reminded of Pablo Neruda’s
Ode to the shoe from his series
of poems
Odes, in which he
describes how a human being, after an initial period of
freedom, even of flight, becomes imprisoned in the shoe
because he has to go out into the world, which in fact is
an initiation into the adult world of pain, desire and
finding your destiny. This afternoon I worked on the shoes
again, but now with the Hasselblad, precise and focused. At
least I didn’t lug that contraption along for nothing. It
is great to see how something which initially leads to
surprise or wonder, even incomprehension, with the crew,
later on does start to come together. The shoes are like
faces, full of expression. Each shoe carries its own life
story, of the person who has trudged along in it and
plodded away, but may also have walked up to the forward
deck at night to watch the moon. The shoes are ships too,
drifting on an imaginary sea. The men suddenly look at
their own shoes through different eyes, the same shoes
which they often swear at and kick off at the end of their
working day. This afternoon I gave each shoe a name, such
as:
Smiling Shoe, Secret Shoe, Pale Shoe, Proud Shoe, Sniffy
Shoe, Dandy Shoe, Magic Shoe, Egg Shoe, Big Mouth Shoe,
Hurt Shoe, Night Shoe, Toothcleaner Shoe, Eyeglass Shoe,
Peeping Shoe, Writer’s Shoe, Laughing Shoe, Ghost Shoe,
Drunken Shoe, Disturbed Shoe, Dirty Joke Shoe, Polite Shoe,
Crying Shoe, Lonely Shoe. (translation: Klaas Levelt &
Simone Veenstra)
uit:
Journaal, blz. 25-32
vrijdag
19 december Om vijf uur wakker na een lekkere nacht, die
gisteravond om tien uur begon. Eerst nog wat gelezen in
August Willemsen, Vrienden, vreemden, vrouwen, al het getob
in zijn jonge jaren, maar daar dwars doorheen: hoe word je
wie je bent. Een mooi en eerlijk dagboek.
Tegen zessen naar de brug, het net geboren daglicht en de
al aanwezige warmte in. Onze gevleugelde passagier van
gisteren heeft er een paar maten bij gekregen, ze zitten
lekker in het vroege ochtendzonnetje te dommelen of
misschien wel heel wijsgerig te wezen. De eerste
bemanningsleden zijn al op, naast de wachters van de nacht
natuurlijk die elk moment afgelost kunnen worden. Aan de
geluiden te horen starten overal activiteiten. Dat ontwaken
vinden wij in de stad ook altijd zo speciaal, vroege vogels
als we zijn.
Voor de twee lopende series, afwezige vrouwen en gesloten
ogen heb ik ze direct weer nodig, maar het leek me goed
vanochtend iets aan te pakken dat meer op zichzelf staat:
de werkschoenen. Ik heb ze al vanaf het begin bij de
werkkasten zien staan. Vol krassen, kerven en spatten.
Lekker om even een goeie plek te vinden dicht bij de
schoenen en daar een daglichtstudio te bouwen. In het
gangetje vlak bij de linker zijpoort naar buiten, deur
open, daglicht naar binnen, kleine verhoging en daarop een
achtergrondje gemaakt: een dekzeil vol met kaolinesporen,
later op het dek onder het afdak. Eerst een reeks kleine
polaroids, iets meer dan twintig, waarin ook de
onderbelichte foto’s een mooie rol spelen, samen met het
veranderende licht of mijn veranderende plaatsen, waardoor
de reeks verschillende kleurtinten krijgt. Ik maak ook
gebruik van de koffiepauze, wanneer de werkschoenen worden
uitgetrokken vóór het binnengaan. Ik noem de reeks
Seawalking. Een ode aan de werkschoen die alsmaar vooruit
moet. Ik moet denken aan Pablo Neruda’s ‘Ode aan de schoen’
uit zijn gedichtenreeks Odes, waarin hij beschrijft hoe een
mens als kind na een eerste periode van vrijheid, van
vliegen zelfs, gevangen raakt in de schoen omdat hij de
wereld in moet en daarmee feitelijk wordt ingeleid in de
volwassen wereld van pijn, verlangen en het vinden van je
bestemming. Vanmiddag de schoenen nog eens, maar nu met de
Hasselblad, precies en scherp, zo heb ik dat apparaat ook
niet voor niks meegesjouwd. Het is mooi om te merken dat
iets wat bij de bemanning eerst verbazing of verwondering
oproept, misschien zelfs onbegrip, later toch begint te
werken. De schoenen zijn net gezichten, vol uitdrukking.
Elke schoen heeft het eigen levensverhaal van iemand die
erop heeft rondgesjokt, geploeterd, maar misschien ook naar
de voorplecht is gelopen in de nacht om naar de volle maan
te kijken. De schoenen zijn ook boten, dobberend op een
imaginaire zee. De mannen kijken ineens met andere ogen
naar hun eigen schoenen, die ze zo vaak vervloeken en
uitschoppen op het eind van de werkdag. Vanmiddag heb ik
elke schoen een naam gegeven, zoals:
Smiling Shoe, Secret Shoe, Pale Shoe, Proud Shoe, Sniffy
Shoe, Dandy Shoe, Magic Shoe, Egg Shoe, Big Mouth Shoe,
Hurted Shoe, Night Shoe, Toothcleaner Shoe, Eyeglass Shoe,
Peeping Shoe, Writers Shoe, Laughing Shoe, Ghost Shoe,
Drunken Shoe, Disturbed Shoe, Dirty Joke Shoe, Polite Shoe,
Crying Shoe, Lonely Shoe.
Vézelay
of: de architectuur van de winter
(2004-2007)
De
Suite Vézelienne, een compositie
van Cees Thissen, werd in Vézelay uitgevoerd, op 10, 11 en
12 augustus 2007, door vier jonge musici van het
conservatorium in Zwolle, Brigitte van Hagen, Sara Klein
Horsman, Joep van Geffen en Bert van de Wetering. In de
uitvoeringen van dit jaar, op 30-31 juli, 2 en 6 augustus,
heeft Dolf Drabbels de plaats ingenomen van Bert van de
Wetering.
in een nieuwe editie:
Vézelay of : de architectuur van de winter
roman,
poëzie en fotografie é´n´een korte film
in twee boeken
zie bestelpagina
Deze
zomer verschenen –opnieuw in eigen beheer- in een nieuwe
editie, mijn twee boeken rondom Vézelay: een roman en in
het tweede boek gedichten en foto’s.
De eerste twee gelimiteerde oplages zijn inmiddels
uitverkocht.
Tevens verscheen van de roman een Franse editie, in de
vertaling van Arlette Ounanian: Un coeur hivernal
Lorant
Hecquet, boekhandelaar in Vézelay (L'Or des
Etoiles) :
Over
de boeken van Leo Divendal:
“Als boekhandelaar in Vézelay, ben ik heel oplettend op
alles wat vertelt word over deze plaats, over wat deze
vertegenwoordigt of oproept, een plaats die de een na de
ander tevergeefs probeert zich toe te eigenen zou je
zeggen.
Maar ik heb de proefdrukken van het boek van Leo Divendal,
Un coeur hivernal (Een winters hart) ontvangen met een mix
van enthousiasme - “eindelijk iets nieuws over Vézelay!” -
en iets sceptisch – nóg een boek over Vézelay...?”-
Maar
de tekst
van Leo heeft me niet losgelaten. Het gaat ditmaal niet om
de zoveelste tekst over Vézelay, maar om het subtiel
georchestreerde verhaal van een bijzonder moment uit het
leven van een man die de ster zoekt die zijn hemel
aantrekt. Voor deze man is Vézelay
de openbaring geworden, zijn
persoonlijke enscenering gaat hier in vervulling. Alles kan
hier eindigen, of alles kan hier beginnen.
Het verhaal speelt zich af in de winter. Je moet hier in de
winter leven om de sobere grootsheid van deze plaats te
begrijpen en het afpellen waartoe hij uitnodigt.
In het hart van de winter, verstopt in het diepste van het
bevroren continent van een hart dat de liefde in de steek
lijkt te hebben gelaten, verschijnt een aarzelende vonk,
waarvan je goed kan voelen dat die tot een vuurgloed kan
leiden.
Dat is waarvan het boek van Leo Divendal vertelt: de vlam,
het vuur, de leegte, het nietige en de sensatie dat niets
in deze wereld ons vreemd is, dat alles in een subtiel spel
van overeenkomsten zich verbindt en in een taal geschreven
die tot ons spreekt, die wij opnieuw moeten leren spreken.
Suite Vézelienne, het boek met fotografische en poëtische
beelden, daarin tref je de volheid aan gevoeld door iemand
die probeert op te stijgen van de hoge plaats van Vézelay.
Geraakt door een lumineuze winterdag, wanneer de zekerheid
van een subtiel verband tussen alle dingen zich laten
gelden in ieder silhouet van de architectuur, afgestroopt
tot op het oneindige, in de mist van de nostalgie en de
herinneringen.”
Vézelay
2007 uit de reeks: Architectuur van de winter
Het
geheim van Utrecht
(2003-2005)
• Het Geheim van
Utrecht (2003-2005)
'Het spanningsveld tussen het zichtbare en het onzichtbare
is een vast element in mijn werk. Daarin ligt op zich al
een geheim besloten. Voor de SFU (Stichting Stedelijke
Fotografie Utrecht) was dit een van de redenen mij uit te
nodigen voor een zoektocht naar het Geheim van Utrecht. De
serie is in juni 2005 opgeleverd en bestaat uit 26 zwart
wit foto’s. Het zijn poëtische, mistige beelden. De serie
dwaalt langs verschillende plaatsen in Utrecht. In elke
foto is de fotograaf een geheim op het spoor maar lijkt dit
net te ontsnappen. Er is een suggestie van een verhaal,
maar de inhoud blijft verborgen. Wat rest is een
geheimzinnige stilte. Zie voor de hele serie:
www.stedelijkefotografie.nl/fotografen.' (bron: SFU
Utrecht)
Deze reeks was onderdeel van de expositie het Geheim van
Utrecht, afgelopen herfst in het Centraal Museum in
Utrecht.
Utrecht 2005 uit de reeks: Het Geheim van Utrecht
Sailing
(2005)
• Amsterdam 2005 (sail), gemaakt in opdracht van de SBK
Amsterdam