new book!!!! new book!!!! new book!!!!
and presentation in Rotterdam

Friday 27 january at 17h00 in the
Bovenkamer, Hugo Molenaarstraat 41 a

and Saturday and Sunday afternoon:
pictures/talks/short film

ISABELLE

•••Bovenkamer-1

•• Bovenkamer-2

Isa-3-59 copy


Isa-website-1


Isabelle (English and French version see page: texts)
Op een dag in 1999 ontvang ik een brief van een mij onbekende vrouw uit Parijs. Ze stelt zichzelf voor, ze heeft foto’s van mij gezien in een galerie en wil dat ik haar fotografeer. Ook schrijft ze dat ze deze vraag vaker heeft gesteld aan een fotograaf wiens werk haar aandacht trok en dat ze graag wordt gefotografeerd op vrije wijze, zoals de fotograaf verkiest.
Ik besluit op haar vraag in te gaan, met dien verstande dat we elkaar eerst maar een moment moeten ontmoeten om dan later aan de slag te gaan of er alsnog vanaf te zien.


De ontmoeting die we enkele maanden later op een vrijdagmiddag hebben in haar huis is gewoon maar ook enigszins vreemd. Ik probeer momenten te vinden van slechts naar haar kijken maar dat is lastig als je ook moet converseren. De sfeer is ontspannen, toch ik vraag me intussen af wat ik hier doe. Het gesprek gaat over wie zij is en ze laat me foto’s uit haar collectie zien, waarin zij elke keer figureert. Ik zie haar verschijning, gekleed of naakt. Haar uitdrukking is in bijna al de foto’s neutraal. Ik krijg maar moeilijk een beeld van haar. Ze vertelt dat ze als verpleegkundige in een ziekenhuis werkt. En dat ze al op haar zeventiende begon met zichzelf te laten fotograferen. We praten over welke actuele exposities op dit moment in Parijs interessant zijn om te bezoeken. Ook al blijft ze bijna een vreemde, ze intrigeert me ook. Ik bereik haar niet werkelijk, alsof ze zich niet helemaal prijsgeeft, maar daar gaat het misschien ook niet om, we zullen elkaar om de een of andere reden nodig hebben. Ik besluit met haar aan de slag te gaan en spreek met haar af na het weekend, opnieuw bij haar thuis.

Op maandagmorgen rond tien uur bel ik bij haar aan. Ze opent de deur en laat me binnen. We wisselen wat beleefdheden uit. Ik zeg dat ik eerst wat portretten van haar wil maken en daarna ook naakten. Ze stemt met kalme vanzelfsprekendheid in. Ik maak eerst foto’s van haar gezicht, maar welke opname ik ook maak, ze zien er in mijn blik allemaal hetzelfde uit, alsof ik niet goed in haar gezicht kan rondreizen. Ik vraag mezelf een moment af: waar ben ik? In Parijs is een straat, in die straat is een huis, een vreemd huis weliswaar, in dat huis is een vrouw, een onbekende vrouw die zich even later uitkleedt om gefotografeerd te worden op mijn aanwijzingen. Ik moet denken aan een pose van een jonge vrouw van de impressionistische schilder George Seurat. De Franse fotograaf Jeanloup Sieff heeft ooit een portret van een vrouw gemaakt als hommage aan Seurat. De reproductie van deze foto op postkaartformaat heeft jarenlang in mijn boekenkast gestaan. De vrouw die ik nu voor me zie neemt vrijwel net zo’n pose aan en is ongeveer van dezelfde gestalte. Ze is nog niet helemaal naakt, zoals in het schilderij van Seurat, ze draagt een broekje dat de vorm heeft van een omslagdoek. Ik vind de doek, of het doekbroekje kan ik beter zeggen, intrigerend: het benadrukt haar vrouwelijkheid maar valt buiten alle categorieën van lingeriemode die ik ken. Ze vraagt of ze die ook zal uittrekken, maar ik besluit haar eerst zo te fotograferen. Ik denk aan reliëfs in Egyptische piramiden, met ook zo schaars geklede figuren, vaak niet meer dan een enkele doek.
Ik raak in een kleine stroom van opnames terecht waarin ik naar haar kijk om het beeld te vinden dat ik zoek, waarvoor zij het instrument wordt.
Haar stevige, slanke lichaam heeft iets jongensachtigs, dat nog eens wordt geaccentueerd door een paar buitenproportioneel sterke handen. Ik word getroffen door haar schoonheid, als van een sculptuur in een Frans of Italiaans museum.
Op een gegeven moment vraagt ze opnieuw of ze zich verder zal uitkleden en ik stem in. Ze maakt de doek aan de zijkant los en stapt eruit. Ik zie haar nu alsof een beeldhouwer het laatste stukje steen heeft weggehakt en haar naaktheid ten volle te voorschijn komt. Tegelijk blijft ze een mythische verschijning, alsof ik er niet bij ben. Haar verschijning heeft iets erotisch, maar dat is misschien omdat ik er wél bij ben. Ik zie haar naakte lichaam, haar borsten, haar schouders, de handen, haar lichtjes geschoren geslacht. Ze staat zoals ik wil en door mijn kleine aanwijzingen verandert er iets in haar houding of word ik een lichte beweging in haar lichaam gewaar, waardoor ik speelruimte krijg voor mijn beelden.
Dan vraag ik haar te gaan zitten, ze moet haar handen en benen ergens laten en dat spreekt me aan. Dat zitten, zich kleiner makend in deze nieuwe pose, maakt haar verschijning aandoenlijk. Alsof het beeld meer verhalend wordt. En dan, bijna plotseling, is het klaar, het is alsof ik wakker word.
Ze kleedt zich weer aan, we praten nog wat na, ik beloof haar te laten zien wat ervan is geworden en ik verlaat het huis.

Enkele maanden later, als ik weer in Parijs ben, spreek ik met haar af op het terras van een café op de hoek van de Rue Daguerre en de Avenue du Général Leclerc die richting Porte d’Orléans voert, net voorbij Cimétière Montparnasse. Ik logeer als ik in Parijs ben vaak in het veertiende arrondissement. Het is een beetje mijn huiskamer.
In het rumoer van de straat kijkt ze met veel aandacht naar de foto’s die ik haar geef, stille, bijna lege beelden, alle met geloken ogen, terwijl Parijs voorbij raast. Ze is enthousiast, merkbaar geraakt.
Nadien houd ik haar van tijd tot tijd op de hoogte van mijn werk of we ontmoeten elkaar bijvoorbeeld een moment op Paris Photo, de jaarlijkse fotogaleriebeurs in de Carrousel du Louvre.

Vijf jaar later, in juli 2004, stuurt ze me een e-mail waarin ze me vertelt dat ze zwanger is van een dochter. Ze is in de tussenliggende periode getrouwd en verhuisd naar een groter en lichter appartement. Ze is in de zevende maand van haar zwangerschap. Ze zou willen dat ik haar fotografeer vóór het kindje geboren wordt.
Een maand later ga ik naar Parijs, ze is dan in haar achtste maand.
Ik tref haar aan in een staat van ‘absence’. In de verwachting van haar eerste kind en de staat waarin, maakt ze op mij een enigszins naar binnen gekeerde indruk, nog meer dan ik me herinnerde van de eerste keer. We drinken iets, ze vertelt dat haar dochter Albane zal gaan heten, een naam die ik nog nooit eerder heb gehoord, een naam als van een prinses.
Ik vraag haar om zich uit te kleden. Ze ziet er anders uit en toch ook weer niet. Haar zwangerschap is natuurlijk uitgesproken zichtbaar maar ze houdt toch dat meisjes- en jongensachtige dat me de eerste keer al zo was opgevallen. Het meisjesachtige is er vooral als ze ligt op de sofa, zoals ik haar vraag te doen, haar ver gevorderde zwangerschap geeft haar een meer uitgesproken vorm, sensueler. Het jongensachtige is vooral aanwezig als ze later tegen een kale muur gaat staan. Ik concentreer me op het centrum van haar lichaam als een wonderlijk universum van onzichtbaarheid, de geprononceerde ronde vorm. Ik moet aan een aardbol denken, die ze met ineen gevlochten handen ondersteunt.
Na de sessie belt ze haar man, die elders in het gebouw een werkruimte heeft en als hij binnen is nuttigen we een kleine lunch. We praten wat heen en weer over kunst en fotografie, over de laatste boeken en exposities in Parijs. Dan verlaat ik het huis.
Terug in Nederland maak ik van de foto’s een serie die ik
En attendant Albane noem en stuur deze naar haar op.
Ik voeg aan de reeks twee citaten toe. Het ene is een fragment uit
Le Grand Meaulnes van Alain Fournier, over verschijnen. Het ander is een fragment uit Dora Bruder van Patrick Modiano, over verdwijnen. Verhalen over het ontstaan of het verliezen van het fragiele leven.

Weer vier jaar verder stuurt Isabelle me een e-mail met de vraag om haar opnieuw te fotograferen, dit maal met haar nog maar enkele weken geleden geboren tweede kind, een jongetje dat de naam Maxence heeft gekregen.
Ik betreed opnieuw het huis en tref haar aan met man en baby. Haar dochtertje Albane dat ik vier jaar eerder nog niet kon aanschouwen is nergens te zien. Die is naar het kinderdagverblijf, vertelt ze me later.
Ik wil kost wat kost voorkomen dat ik ‘lieve moeder en kindje’- foto’s ga maken. Niet dat ze dat vraagt, maar voor je het weet doe je het bijna vanzelf. Ze vraagt wat ik wil en opnieuw, net als de eerdere keren, vraag ik haar zichzelf en ook haar kindje uit te kleden. Ik vraag haar samen met het jongetje op een sofa te gaan liggen, die ik naar een plaats schuif waar het daglicht goed valt. Ze vleit het kind op zich als een moederdier haar jong. Vleselijk en aards, zoals je dat in de dierenwereld kunt zien. Ik probeer me op dat dierlijke element te focussen. Dan begint het jongetje spontaan over haar heen te plassen en moet de moeder de sessie onderbreken om zichzelf en het jongetje te wassen en de doek op de sofa te vervangen. Om mijn concentratie vast te houden maak ik wat stillevens in de kamer en de keuken, bang om anders de spanning te verliezen. De kleine roerloze objecten, zoals een koekje op een broodplank lijken me van eenzelfde orde, van een kleine intieme wereld, van veiligheid en bescherming.
Het lukt me daarna nog even door te gaan met hen te fotograferen, de plasticiteit, de nabijheid vooral, maar het is nog maar van korte duur. Het kindje wordt onrustig en vraagt alle aandacht van de moeder. Ik besluit dat ik voldoende materiaal heb en maak een eind aan de sessie. Ze legt de baby in bed, ik loop de keuken in en kijk naar buiten naar de repetitiegebouwen van de Parijse Opera. Er zit voor de deur een groepje mensen, misschien acteurs of technici. Ik ga terug naar de kamer, kijk nog in enkele fotoboeken tot ze weer binnenkomt. We drinken nog iets en niet veel later sta ik aan de
zinc van een Parijs’ hoekcafé me opnieuw af te vragen, net als de eerdere keren, of het wel echt gebeurd is. Zo anders is deze wereld, bij haar voel ik me steeds als een drenkeling die zich nog net kan vasthouden aan een reddingsboei: mijn eigen blik op een levende sculptuur in een steeds andere verschijning.
Ik weet niet of er ooit nog een vervolg komt, dat ik op een dag opnieuw, misschien wel over vier jaar, een e-mail krijg met de intussen vertrouwde wens de nieuwe levensfase, waarin zij nu verkeert, door mij te laten fotograferen, als ik daar tenminste opnieuw toe bereid zou zijn. Dat zou een volgend hoofdstuk worden over een vrouw in Parijs, getransformeerd door mijn blik tot een verhaal over een ontmoeting met het onzichtbare.

Leo Divendal

Isa-seurat-website

new works II
Suite Vézelienne NEW RECORDING
realized in July juli new recording of the Suite Vézelienne, composed by Cees Thissen on my poetry from the Suite Vézelienne performed by: Brigitte van Hagen, soprano,
Leonie van Rheden, mezzosoprano,
Dolf Drabbels, tenor,
Bert van de Wetering, bas
new works III
published in a beautiful translation:
the English version of the novel and poetry
Vézelay or: the architecture of winter
A winter heart
&
Suite Vézelienne
translated by Klaas Levelt & Simone Veenstra



A winter heart sca
A man from the north travels to Vézelay in winter. The small town is quiet and deserted. A handful of pilgrims and tourists ascend the Rue Saint Pierre each day to visit the famous basilica on top of the hill.The man has come to restore a pulpit that is on the verge of collapse. His wife suddenly disappeared over a year ago. She had spent time in Vézelay in the past, before their relationship started. Among her possessions he has discovered a folder of poems about that period in her life. Poems that relate to Vézelay and the surrounding villages in the winter of the Burgundy landscape. The collection of poems, which she has named Suite Vézelienne, may bring him closer to the reasons for her disappearance.
Pasted Graphic Pasted Graphic 1 Pasted Graphic 2

also published in a beautiful French translation of the novel and poetry
Vézelay or: the architecture of winter, translated by Arlette Ounanian into: Un coeur hivernal and Suite Vézelienne

new works IV
Court-métrage / short film
La Marelle (hobskotch / hinkelbaan / hinkelspel)


marelle copy-2