podium STAGE

moutarde-20 Cybèle

Een cahier met haar naam, raakt deze thema’s in een poëtische aanpak, legt niet uit maar toont in foto’s en tekeningen het aftastende zoeken naar deze laag in het leven, een laag die altijd in het gebied van de oppervlakte ligt, soms net er onder, dan weer net er boven komen.
Gaat de foto in de aard van haar wezen altijd uit van een geheel, en werkt naar binnen toe, de tekening vertrekt altijd vanuit een punt en werkt naar buiten.
In het centrum van het cahier een kort verhaal – een hoofdstuk uit mijn roman Een Winters Hart – over vertalen, om tot de kern te komen van verbinden of zich verwijderen.

Zo is dit cahier een ode aan mijn vertalers en tolken, met wie ik me als schrijver en kunstenaar verwant voel. Maar vertalen is niet enkel een kwestie van taal, ook van beeld. Als beeldmaker vertaal ik mijn gevoelens en ideeën in beeldtaal.

A cahier bearing her name, touches on these themes in a poetic approach, not explaining much, but showing in photographs and drawings the probing search for this layer in life, a layer that is always in the realm of the surface, sometimes just below it, sometimes rising above it.
In the nature of its being, the photograph always starts from a whole and works inwards, the drawing always starts from a point and works outwards.
In the centre of the cahier is a short story -a chapter from my novel A Winter’s Heart- about translation, to get to the heart of connecting or moving away.
 
Connected to this story, Cybèle is an ode to my translators and interpreters, with whom I feel related as a writer and artist. But translation is not only a matter of language, also of images. As an image-maker, I translate my feelings and ideas into visual language.

 

uit moutarde-13 Pirra

 

uit: moutarde-12 Journal Vézelien

Het is bijzonder dat dit huis, deze kamer, de geschikte is voor deze scène. De kamer moet een grote maat hebben en leeg zijn en eigenlijk ook uit een andere tijd. Het raam naar buiten heeft hier in dit huis precies de goede hoogte, de naar binnen openslaande ramen, het juiste uitzicht. Het is de kamer in het huis die gescheiden is van de wereld buiten. Eigenlijk mag je niet naar buiten terwijl je wel wilt, want je wilt volwassen worden. Buiten is de wereld, daar gebeurt het, vol van beloftes.

De achterkant van de verschijning maakt je kwetsbaar en zeker als je met één been op de stoel knielt om nog verder naar voren te leunen. Je bent ook onopgemerkt gezien, van achteren, in het gesloten universum van de kamer.

Ik heb de cameraopstelling gemaakt, het moet in de ochtend gebeuren, bij binnenvallend licht, anders wordt het tegenlicht te sterk. Er moet enig licht vallen op de achterkant. (donderdag 28 december 2006)

It is extraordinary that this house, this room, is the right one for this scene. The room has to be large and empty and actually from a different time. The window to the outside has exactly the right height here in this house, the windows opening inwards, the right view. It is the room in the house that is separated from the world outside. Actually you are not allowed to go outside while you want to, because you want to grow up. Outside is the world, that’s where it happens, full of promises.

The back of the apparition makes you vulnerable, especially when you kneel on the chair with one leg to lean even further forward. You are also unnoticed, seen from behind, in the closed universe of the room.

I made the camera setup, it has to be done in the morning, with incoming light, otherwise the backlight becomes too strong. Some light must fall on the back. (Thursday 28 December 2006)

uit: moutarde-11 Carrousel

De Manège Garnier was mijn draaimolen en ik moest in de voetsporen van grote fotografen het droomachtige moment van verschijnen verbinden met het toeval en er het mijne van maken.

Waren het bij Izis zwevende witte en zwarte paardjes in de sneeuw, bij Doisneau was het een draaimolentje in de regen. En wat was het bij mij? Ik wist niet wat het zou worden en dat wist ik nooit, elke keer dat ik weer met voorzichtige verwachting de Jardin du Luxembourg binnenstapte en de Manège naderde.

Hoe zou het ditmaal zijn, de lichtval, het zachte geruis, de kalme beweging, het geluid van het mechaniek, de geluiden van de Jardin er rondom heen, de kinderstemmen.

The Manège Garnier was my merry-go-round and in the footsteps of great photographers I had to connect the dreamlike moment of appearance with chance and make it my own.
In Izis’ picture they were white and black horses floating in the snow, in Doisneau’s it was a merry-go-round in the rain. And what was it in my pictures? I didn’t know what it was going to be and I could never predict it every time I stepped back into the Jardin du Luxembourg with cautious expectation and approached the Manège.
It was a wonder from afar to see that it was there every time, that it hasn’t moved  from its place, motionless in its small, robust appearance. Sometimes the curtain was still closed, or even stayed that way all afternoon. Sometimes you could see a movement like a swipe in the distance . Then it was open.
What would it be like this time?  The light, the soft murmur, the calm movement, the sound of the mechanism, the sounds of the Jardin around it, the children’s voices.

 

uit: moutarde-8  vuile seule

In de zomer van 2014 reisde ik door de Westhoek in Vlaanderen en heb tezamen met Annelies Grimbergen routes uitgestippeld om aarde te verzamelen van plekken waar in dit deel van België, de ‘Groote Oorlog’ tussen 1914 en 1918 zich afspeelde. Deze aardkluiten heb ik als stillevens gefotografeerd. Vuile Seule ligt in de buurt van Ieper en Poperinge, temidden van de Galgebossen. Vuile Seule betekent in het Vlaams: vuile emmer.

In summertime of 2014 I travelled in the Westhoek in Flanders together with Annelies Grimbergen, to trace the routes and to collect clods of earth at spots of the Great War. The still live pictures were created from these fragments of earth. Vuile Seule is located close to Ieper and Poperinge. Vuile Seule means in Flamish: ‘dirty bucket’.

 

moutarde-7 DU NORD

In DU NORD zijn ramen op een gevel te zien door de takken van de bomen aan de sluis van een kanaal. Op het raam van het hotel staat mijn naam. Is dat de reservering van een kamer? Maar door de ramen heen is niets te zien van wat er zich in de kamer afspeelt of afspeelde. Niemand wil praten. Een verhaal zonder herinnering? Een misdaad die opgelost moet worden? Een verloren herinnering of verdwenen in de nevelen van de tijd?

In DU NORD are windows on a view of the wall of the trees to the lock of a canal. My name is on the window of the hotel. Is that the reservation of a room? But through the windows nothing can be seen of what is going on in the area. Nobody wants to talk. A story without a memory? A crime that must be? A lost memory of disappearing in the mists of time?

Nous souhaitions réserver la chambre n°7 de l’Hôtel du Nord avec vue sur le Canal Saint-Martin de préférence en hiver, mais cette chambre était occupée depuis 1938 par Pierre et Renée qui souhaitaient y finir leurs jours….

 

uit: moutarde-5  Acqua dolce

Op veel pleinen en binnenplaatsen in Venetië tref je waterputten aan: de vera da pozzo, het zichtbare gedeelte van een waterput, de putkransen. Tussen 726-1797, de periode van Venetië als Republiek, zijn ze overal in Venetië gebouwd, voor particulier en openbaar gebruik. Het stadsbestuur van Venetië vond dat iedereen over zuiver drinkwater, moest kunnen beschikken. Acqua dolce, zoet water in de stad in de zoute zee.

De putkransen -geen waterput is hetzelfde- werden vaak fraai bewerkt met bas-reliëfs, met wapenschilden van de adellijke families die ze schonken en garant stonden voor vers water. Je vindt waterputten uit de Byzantijnse tijd, de Klassieke oudheid, de Gotiek, Barokke putten en waterputten uit de 19de eeuw. De waterput op de Campo di Ghetto Nuovo draagt het wapen van de familie Da Brolo, de schenker van deze put.

In many squares and courtyards in Venice you will find wells: the vera da pozzo, the visible part of a well, the well crowns. Between 726 and 1797, the period of Venice as a Republic, they were built everywhere in Venice, for private and public use. The city council of Venice felt that everyone should have access to clean drinking water. Acqua dolce, fresh water in the city in the salty sea.
The well crowns – no well is the same – were often beautifully carved with bas-reliefs, with coats of arms of the noble families who gave them and guaranteed fresh water. You will find wells from Byzantine times, classical antiquity, Gothic, Baroque wells and wells from the 19th century. The well on the Campo di Ghetto Nuovo carries the arms of the Da Brolo family, the donor of this well, as well as the two other wells in the ghetto.

 

from: moutarde-4  Isabelle

One day in 1999, I receive a letter from a Parisian woman I do not know. She introduces herself, she has seen pictures of me in a gallery and wants me to photograph her. She also writes that she has asked this question more often to a photographer whose work caught her attention and that she likes to be photographed freely, as the photographer prefers.

I decide to answer her question, on the understanding that we first need to meet each other for a moment and then either start working later or refrain from doing so.

 

Op een dag in 1999 ontvang ik een brief van een mij onbekende vrouw uit Parijs. Ze stelt zichzelf voor, ze heeft foto’s van mij gezien in een galerie en wil dat ik haar fotografeer. Ook schrijft ze dat ze deze vraag vaker heeft gesteld aan een fotograaf wiens werk haar aandacht trok en dat ze graag wordt gefotografeerd op vrije wijze, zoals de fotograaf verkiest.

Ik besluit op haar vraag in te gaan, met dien verstande dat we elkaar eerst maar een moment moeten ontmoeten om dan later aan de slag te gaan of er alsnog vanaf te zien.

Un jour, en 1999, je reçois une lettre de Paris. Je ne connais pas la femme qui me l’envoie. Elle se présente, elle a vu des photos de moi dans une galerie et elle voudrait que je la photographie. Elle ajoute que ce n’est pas la première fois qu’elle adresse une telle demande à un photographe dont le travail a retenu son attention et qu’elle désire être photographiée de manière libre, selon l’intuition du photographe.

Je décide d’accéder à sa demande, à condition cependant que nous nous rencontrions tout d’abord brièvement pour décider ensuite si nous nous mettons au travail ou si nous renonçons au projet.

 

uit moutarde-2: scène-sur-mer

 

uit moutarde-1: rue des Archives

 

‘Mijn bedoeling op de volgende pagina’s was vooral al het andere te beschrijven: dat wat je gewoonlijk niet opmerkt, wat er niet toe doet: wat er gebeurt wanneer er niets gebeurt, behalve tijd, mensen, auto’s en wolken.’

uit: Georges Perec, Tentative d’épuisement d’un lieu parisien, Christian Bourgois éditeurs Paris 1975; Poging tot uitputtende beschrijving van een  plek in Parijs, Uitgeverij Vleugel 2017, vertaling Kiki Coumans

 

‘Hopper’s blik lijkt zich bij voorkeur op die plekken te richten die wij in het voorbijgaan niet tot ons geheugen toelaten omdat er zich niets voordoet of omdat ze ons vertrouwd zijn geraakt om ze nog bewust te registreren. Binnenplaatsen, straathoeken, stukjes rivieroever of parkjes waar de handelingen nog moeten plaatsvinden of net vervluchtigd zijn; blinde plekken in onze waarneming, geschilderd vanuit een afwachtend en eindeloos geduldig standpunt. De schilderijen van Hopper bevrijden mij van de notie van het zelf (wat natuurlijk niet kan als ik naar ze kijk). Maar toch. Het schilderij is er en juist daarom ben ik er even niet. Zoals ook zijn maker in geen velden of wegen te bekennen valt.’

uit: J. Bernlef, Het geluidloze van schilderijen. Hopper revisited. Raster 63, De Bezige Bij Amsterdam 1993

Hopper’s gaze seems to focus preferably on those places that we do not allow to our memory in passing because nothing is happening or because they have become familiar to us in order to register them consciously. Courtyards, street corners, stretches of riverbank or parks where the actions have yet to take place or have just fled; blind spots in our perception, painted from a waiting and endlessly patient point of view. Hopper’s paintings free me from the notion of the self (which of course is not possible when I look at them). But still. The painting is there and that’s exactly why I’m not there. Just as his maker can’t be seen in any fields or roads’.

from: J. Bernlef, The soundlessness of paintings. Hopper revisited. Raster 63, De Bezige Bij Publishers Amsterdam 1993